Politie Oostende biedt kinderen troost met pop van stadsfiguur James

Politie Oostende biedt kinderen troost met pop van stadsfiguur James

Politie Oostende koopt knuffelpoppen aan van stadsfiguur James. Het aandoenlijke personage, gelanceerd door het stadsbestuur met het oog op kindvriendelijke communicatie, zal door politiediensten worden ingezet om kinderen troost te bieden bij een ingrijpende gebeurtenis.

In het najaar van 2021 introduceerde Stad Oostende met James een vrolijk figuurtje om de stadscommunicatie en -initiatieven voor kinderen te ondersteunen. Zowat 150 jonge Oostendenaars gaven het personage mee vorm tijdens een creatief denkproces. “James vindt alsmaar meer ingang naar het jonge volkje. Zo lanceerden we eerder al een zoektocht en is er ook een verdwaalpaal die verwijst naar James”, schetst schepen Hina Bhatti, bevoegd voor stadsfiguur James.

De Stad lanceerde ook de verkoop van een knuffelpopversie van James voor het grote publiek via www.oostende.be/gadgets. Politie Oostende heeft nu alvast een aantal knuffels aangekocht om in te zetten bij ingrijpende gebeurtenissen. “Met Politie Oostende beschikken we over een slachtofferteam. Het doel: slachtoffers of betrokkenen bijstaan in de nasleep van een ingrijpende gebeurtenis, zoals bijvoorbeeld een verkeersongeval, inbraak, overlijden of intrafamiliaal geweld. Want nazorg is ontzettend belangrijk. Om betrokken kinderen nog wat meer tot rust te brengen na zo’n voorval, zullen onze collega’s aan hen de James-knuffel uitdelen”, zegt korpschef Philip Caestecker. “Voor een kind kan een zachte en aaibare pop zorgen voor enige verlichting of verstrooiing, en de aandacht even wegnemen van een impactvol feit.”

Burgemeester Bart Tommelein onderstreept die visie: “We zijn een zorgzame stad voor alle inwoners, óók voor kinderen. Met deze kleine, maar o zo belangrijke geste verliezen ze niemand uit het oog. Een pakkende gebeurtenis kan zorgen voor een niet te onderschatten psychologische impact. Het geven van een knuffelbeer kan die eerste prikkels wegnemen, gevolgd door verdere zorg van het slachtofferteam.”