Hina Bhatti: “Dit is een marteling voor mij, ik geef mezelf niet graag bloot”

Posted on Posted in In de pers

KW KUST – Hina Bhatti is een intrigerende, maar gesloten vrouw. Misschien daarom. Ze is de eerste schepen in Oostende met migratieroots. Een titel waar ze fier op is, maar waar ze niet mee pronkt. Ze praat niet graag over zichzelf, bekent ze. Haar ziel is niet voor de buitenwereld bestemd. Wij doen toch een poging een laagje van dat harnas te krassen. ● Door Paul Cobbaert

Hina Bhatti arriveert stipt op tijd. Stijlvol gekleed, met veel groen en zwart, halfhoge botten, nagels roze gelakt, groene oorbellen. De Mercator is nostalgie voor haar. “Ik ben opgegroeid in de wijk Oud Hospitaal. Elke dag wandelde ik langs dit schip naar school, het Onze-Lieve-Vrouwecollege.” Haar werkplek bevindt zich vlakbij, in het stadhuis. Bhatti is schepen sinds 1 januari van dit jaar. “Ik kan het schip zien vanuit mijn kantoor. Ik ben bevoegd voor huwelijken. Als mensen trouwen, dan nodig ik hen altijd uit op het balkon vanwaar ze een foto kunnen nemen met het schip op de achtergrond.”

Ze is zenuwachtig voor dit gesprek, zegt ze aarzelend als we ons na de fotoshoot settelen in een kajuit. “Ik weet niet goed wat te verwachten. Ik ben een gesloten persoon. Ik begrijp natuurlijk dat mensen vragen hebben. Ik merk dat ook op straat. Ik krijg veel vragen over mijn privéleven. Maar ik antwoord daar niet graag op. Ik geef mezelf niet graag bloot.”

Was schepen worden een kinderdroom?

“Neen. Ik ben toevallig in de politiek gerold. (denkt na) Ik wou journalist worden. Even toch. Dat staat in mijn dagboek. Ik hield van taal en van gedichten. Ik heb een grote voorliefde voor Perzische poëzie, geërfd van mijn moeder. Maar ik had niet één droom. Ik ben opgegroeid in een open huis. Onze deur stond open voor al wie binnen wou. Mijn moeder zette zich vooral in voor kansarme vrouwen. Dat engagement zit ook in mijn bloed. Maar ik wist toen nog niet hoe ik dat wou uiten.”

Wat onthoud jij van je jeugd?

“Ik heb niets dan positieve herinneringen. Ik ben heel liefdevol en beschermd opgevoed. Ik was het derde kind van vier, het enige meisje. Vandaar wellicht zo beschermd. Mijn ouders waren heel gelukkig met hun dochter.”

Welke les heb jij van hen geleerd?

“Ik had voor deze vragen gevreesd. (lacht) Mag ik daar even over nadenken? (lang stil) De belangrijkste les zal zijn: wees trots op je roots, maar kijk vooral naar je toekomst. Laat je niet beperken door je afkomst. Mijn ouders zijn ruim veertig jaar geleden van Pakistan naar Oostende verhuisd. Je ziet aan mij dat ik andere wortels heb. Maar mijn ouders hebben geleerd om vooruit te kijken.”

Werd je niet voortdurend geconfronteerd met je roots?

“Neen, echt niet. Ik heb nooit een negatieve opmerking gekregen. Eén klein incident, in een supermarkt, maar dat is alles. Ik ben nooit geconfronteerd met racisme. Ik heb vooral kansen gekregen en ook gegrepen.”

Je ouders zijn niet gespaard van zorgen. Je hebt een broer met een beperking. Woog dat ook op jouw jeugd?

“Toch niet. Ik heb nooit anders geweten. Noaman is er altijd geweest en is deel van mijn leven. Hij is nu 38, maar zal nooit de mentale leeftijd van 4 overschrijden. Dat noemen ze ‘verlengd minderjarig’. Hij heeft ook een visuele beperking. Dat was zwaar voor mijn ouders. Dat heeft ook hun huwelijk onder druk gezet, denk ik. Ik herinner mij nog een gesprek. Toen hij 18 werd, raadden zijn leerkrachten aan hem in een instelling in te schrijven. Dat was moeilijk voor mijn ouders.”

Jij zorgt nu voor je broer en je moeder, niet?

“Deels, ja. Wij wonen in een groot huis met aparte ruimten voor iedereen. Mijn ouders zijn gescheiden. Mijn moeder is hartpatiënte en heeft zorgen nodig. Noaman ook natuurlijk, maar hij verblijft vaak in Ginkgo in Oostkamp (begeleidingscentrum, red). Maar ik sta er niet alleen voor. Ik heb nog twee fantastische broers, Farham en Jabran. Zij wonen ook daar, al zijn ze niet vaak thuis. Maar ze steunen mij in alles wat ik doe. Ik had dit nooit gekund zonder die twee, dit leven, de politiek. (emotioneel) Ik vraag me soms af waaraan ik hen verdiend heb. Ik heb mijn fantastische jeugd aan hen te danken.”

Jij woont aan de overkant van burgemeester Bart Tommelein.

(knikt) “Ik kan zijn keuken zien vanuit mijn woonkamer. Maar hij staat daar niet vaak, hoor. (lacht) Hij is naast mij komen wonen, enkele dagen nadat ik had toegezegd om op de liberale lijst te gaan staan voor de gemeenteraadsverkiezingen. Dat was in 2012. Ik kende hem toen nog niet.”

Waar zou jij naartoe varen, mocht je dit schip in handen krijgen?

“Nergens. Ik zou niet weg willen uit Oostende. Zelfs niet voor één maand. Ik ben heel honkvast. Zelfs als ik vakantie neem, blijf ik thuis. Dan kan ik tenminste zorgen voor mijn moeder en broer. Ik voel ook die nood niet om te reizen.”

En Pakistan?

“Ik ben daar enkele keren geweest. Vooral om grootouders te bezoeken. Maar zij zijn intussen gestorven. De laatste keer was in 2006. Nu voel ik die behoefte niet meer.”

Je was wel groot nieuws daar, toen je gemeenteraadsvoorzitter werd. ‘Pakistani woman makes history in Belgium’, kopten media.

(pikt in) “Ik was daar zelf van geschrokken. Ik heb ongelooflijk veel positieve berichten gekregen. De mensen daar zijn fier op mij. Ik ben ook fier op mijn roots. Ik schaam me daar niet om. Maar ik beperk me daar niet toe. Je ziet dat aan de thema’s waarmee ik politiek bezig ben. Dat zijn niet integratie en religie, zogezegd dé thema’s voor mensen met andere roots.”

Waarom zijn je ouders destijds naar Oostende verhuisd?

“Ze waren op zoek naar een betere toekomst. Mijn vader is eerst geëmigreerd. Mijn moeder is hem daarna gevolgd. Oostende was een bekende plek voor mensen van Pakistan. Velen kwamen naar hier om de oversteek te maken naar Engeland. Mijn vader aanvankelijk ook, maar hij is blijven plakken. Hij had hier vrienden en vond snel werk.”

Wat doet je vader vandaag?

“Daar praat ik liever niet over. (aarzelend) Te persoonlijk. Ik heb afgezien van die scheiding.”

Ben jij gelovig?

(denkt na) “Ik vind dat ook een moeilijke. Jawel. Ik heb een liberaal-islamitische opvoeding genoten. Religie speelt een rol in mijn leven. Maar het is meer spiritueel dan praktisch. Meer zingeving, morele waarden en principes.”

Je draagt geen hoofddoek.

“Neen. Dat was toen ik opgroeide zelfs geen item. Dat is het vooral vandaag geworden. Vrouwen mogen van mij een hoofddoek dragen zolang dat geen verplichting is. Ik hou van de vrijheid.”

Wat zou jij geworden zijn zonder de politiek?

(blaast) “Dan was ik wellicht getrouwd, had ik kindjes en leidde ik een rustig leven. Ik zou op een administratie werken, zodat ik voldoende tijd zou hebben voor mijn moeder en broer. Zonder de politiek zou ik die zorg beter aankunnen, denk ik soms. Dan zou ik voltijds voor mijn broer kunnen zorgen. Een schepen moet voortdurend werken.”

Ik vind het nu al straf wat jij doet voor je moeder en broer.

(ongemakkelijk) “Mja, misschien. Ik hoef daarvoor geen lof. Zou niet iedereen dat doen?”

Dat denk ik niet.

“Mijn broer is mijn ontspanning. Ik zorg graag voor hem. Ik vind dat niet meer dan normaal. Wij zijn zo opgegroeid. Mijn twee andere broers zorgen ook voor mij. Ik stond eens om één uur ‘s nachts op de parking van het stadhuis en mijn auto wilde niet meer starten. Ik belde Jabran en tien minuten later stond hij hier. Ongelooflijk toch? Zij hebben mij ook gestimuleerd om aan politiek te doen.”

Waarom?

“Omdat ze dat in mij zagen zeker? Ik ben mondig. Ik kon op school stevig debatteren met klasgenoten en leerkrachten. Zelfs over pietluttigheden. Ik heb altijd een mening klaar. Ik ben eigenlijk geen makkelijke mens. Ik ben ook heel koppig. Bart Tommelein zegt dat ook vaak.”

Hij zal dat ook wel zijn.

“Ik denk dat ook. (lacht) Maar af en toe moet ik durven advies vragen. (plots ontwijkend) Heb je geen vragen over de liefde?”

Jawel. Maar ik durf die niet meer stellen.

“Best. Dit is al een marteling geweest voor mij. (lacht) Neen, zo erg is het niet.”

Heb je tijd voor de liefde?

“Te weinig. Maar ik word niet snel verliefd. Het is wel een running gag. De schepen van huwelijken die zelf niet getrouwd is. Maar mijn tijd komt nog, dat weet ik zeker.”

Als je één keer weg mag dromen, wat wil je dan realiseren in de politiek?

(denkt na) “De kinderarmoede aanpakken. Dat is een schrijnend probleem, zeker in Oostende. Dat doet me pijn. Wie dat kan oplossen, heeft een wezenlijk verschil gemaakt voor de samenleving.”


Wat zou Hina missen van Oostende?

DE ZEELUCHT

“Ik ben geboren en getogen in Oostende. Wie opgroeit met de geur van de zeelucht raakt daaraan verslaafd. Ik kan niet meer zonder. Ik zou daarom nooit uit Oostende kunnen verhuizen. Ik heb heel even in Gent gewoond. Ik heb dat toen aan den lijve ondervonden. Maar wellicht kan iemand van het binnenland dat niet begrijpen. (lacht) De perfecte ontspanning na een lange werkdag is voor mij een avondwandeling aan het strand van Mariakerke. Dan kan ik helemaal tot rust komen. Dat is echt óntspannen.”

MIJN BEROEP

“Ik ben schepen sinds begin dit jaar. Ik doe dat heel graag. Een schepen kan maatregelen nemen die een verschil maken in het leven van de mensen. Dat is anders voor een gemeenteraadslid. Die heeft minder impact. Ik ben bijvoorbeeld heel fier op de prikkelarme dag die we deze week georganiseerd hebben op onze Oktoberfoor. We doen een aantal beperkte ingrepen, zoals geluiden dempen en lichtflitsen uitschakelen, zodat ook mensen met een beperking, met autisme, ouderen, noem maar op, van de kermis kunnen genieten. Dat is een kleine maatregel die een wereld van verschil maakt voor veel mensen. Dat is waarom ik graag schepen ben.”

MENSEN

“Mijn familie natuurlijk. Wij zijn heel erg verbonden met elkaar, zoals ik al zei in het interview. Al hoeven we elkaar in deze tijden van sociale media nooit helemaal te missen. Ik zou ook mijn vrienden missen. Ik heb zeer goede vrienden in Oostende, mensen die haast familie zijn voor mij, waar ik altijd terecht kan als ik met vragen zit. Ik heb dat netwerk van kinds af kunnen opbouwen. Ik ben daar dankbaar om.”

OUD HOSPITAAL

“Ik heb een fantastische kindertijd mogen meemaken. Veel mooie en dierbare herinneringen zijn daaraan verbonden, en dus ook onlosmakelijk aan de buurt waarin ik ben opgegroeid, de wijk Oud Hospitaal. Ik kan af en toe doelloos langs de straten van die wijk slenteren en als het ware terug gekatapulteerd worden in de tijd. Dat nostalgisch slenteren zou ik ook missen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *